La pétanque

De buikjes zijn rond. Het middagmaal werd tevreden naar binnen geslobberd. Met veel bombarie en wilde handgebaren. Op een schaal liggen lege schelpen, opgestapeld en omringd door verkreukelde schijfjes citroen en vette servetten. In een glazen kan zit nog een laagje rosé, waaromheen nerveuze vliegjes dwarrelen. Tien minuten sloten de heren hun ogen, met hun handen gevouwen op hun buiken. En nu is de lunch gezakt, dat betekent dat het tijd is voor een dagelijkse pot pétanque.
janotad
La maison
Mijn broer woont sinds kort met zijn gezin in een piepklein plaatsje vlakbij Aix-en-Provence. Ik reed samen met een vriendinnetje de auto van mijn schoonzusje naar het nieuwe paleisje. Als dank werd ik vreselijk vertroeteld en proefde ik van het Franse leven. Het huis van mijn broer is écht Frans, inclusief jeu-de-boulesbaan. Al is het gebruikelijker om in de Provence een spelletje pétanque te spelen. Een variant van jeu de boules, maar dan eenvoudiger en met meer nadruk op behendigheid in plaats van kracht. Het mag dan wel eenvoudiger zijn, ook bij een spelletje pétanque lopen de emoties hoog op. Zowel in de achtertuin van mijn broer, als op het dorpsplein in Cassis.

Au! Nom de dieu
De heren die even niet meespelen kijken geconcentreerd toe, met een beslagen glas pastis in de hand. Op een bankje ligt een open houten koffer. De ‘boules’ zijn er uitgehaald en liggen zelfs al her en der op de baan verspreid. De ‘cochonnet’ (ook wel ‘but’ genoemd = het kleine houten balletje) ligt er verlaten bij. Er hebben wel metalen ballen in de buurt gelegen, maar tijdens dit tête-à-têtespelletje (2 spelers) ketst de één steeds de dichtstbij liggende bal van de ander weg. Wat een luide scheldpartij teweeg brengt.
“Au! Putain, nom de dieu!”
“Ha ha ha”,
“ne riz pas salaud!”
Een slok pastis doet wonderen en brengt rust en concentratie terug op de baan. De speler gooit zijn bal met een onderhandse zwaai tegen de cochonnet. Hij juicht overdreven:
“Mais oui, c’est ça!”
Een brom van de ander. Op de achtergrond scheldt een andere speler over de situatie van zijn spel. Hij zwaait woest met z’n armen in de lucht.
Petanque1Dans le jardin
Mijn broer heeft van mijn ouders een echte pétanque-set gekregen. Broerlief toont me net zo’n mooie houten koffer als de koffer die ik in Cassis zag. Met gloednieuwe, glimmende ballen. Mijn nichtje en neefje stormen op de kist af en grijpen vliegensvlug de ballen vast. Nee ze willen niet met die gekleurde kinderballen gooien, dit is het echte werk. Dit is spannend en dit is wat papa mooi vindt. Dus zij natuurlijk ook. Ik geef ze groot gelijk, de echte ballen smijten heerlijk. Al begrijp ik ook het beteuterde gezicht van mijn broer, die verlekkerd de kist opende. De oplossing: om en om spelen. Mijn neefje en nichtje blijken algauw bedreven pétanque-spelers. Reken maar dat ze mijn broer en mij inmaakten. En ja, we deden echt ons best.
Petanque2De pastis en de scheldwoorden ontbreken nog. Ik weet ook niet of mijn broer zijn kinderen daaraan wil blootstellen. Anderzijds… Vroeg of laat komen ze er zelf achter. Ze spreken sneller Frans dan je denkt. Let maar op.
cartn29Zucht… heimwee


Advertisements

Het zomerrecept

Tranen met tuiten huilden ze. Ik zat met m’n handen in het haar. Wat moest ik in godsnaam beginnen. Hij nipte hevig snikkend aan de watermeloengazpacho met gekleurde vlaggetjes op een bedje van kersenbomen en zij hapte onverschrokken in de zon met zeezout en geflambeerde blauwe kaas met Bourgondische chocola. Vonden ze het lekker of walgden ze ervan? Waarom huilden ze? Ik poogde het hen te vragen, maar mijn samengeknepen stem liet me zwijgend in de steek. Ze aten gestaag door.
Alice_CryingIk besloot de volgende gang op tafel te zetten. Een amuse van gegrilde literatuur met pijnboompitten gebaseerd op Franse chansons. Nog meer tranen vloeiden over hun wangen en landden op het tafelblad. Met bierviltjes probeerde ik de stroompjes te deppen. Ondertussen voelde ik iets op m’n wang kriebelen. Een traan! Verdomme! Begon ik zelf nu ook al?! We schoven de gegrilde dorade met festivalsaus aan de kant en stortten ons direct op een fles lokale appelcider, speciaal door blonde bruidjes gebrouwd.

Inmiddels brulden we alledrie luidkeels. We overwogen regenlaarzen aan te trekken voor de schade die we aanrichtten. Op de houten planken kolkte een rivier van tranen. Als troost toch maar een toetje. Crêpe van wilde bloemen met zorgeloze nachten. Buiten regende het pijpenstelen en wij deden ongegeneerd mee. Het is en blijft ieder jaar weer verrot. De herfst die met dreigende stappen dichterbij komt en die de zomer ontvoert en pas over drie seizoenen weer vrijlaat. Zomer, o zomer. We leven met je mee.

Buikjes vol. Tijd voor de winterslaap.