Het doperwtje

Het komt allemaal door mijn moeder. Als een doperwtje de dans ontsprong en eenzaam van het aanrecht rolde, gunde mijn moeder hem nog een kans. ‘Och, dat arme erwtje’ en hoppa in de pan. Ook door mijn lichaam giert het ach-wat-zielig’-gen. Staat er een plant (of een oude typemachine) bij het grof vuil, dan krijgt hij bij mij een nieuwe thuis. Zit het armpje van een knuffelolifant los?  Dan genees ik hem. En ja, auto’s hebben ogen (een BMW kijkt boos en een volkswagen mini kijkt lief).

Één dropje in de snoeppot? Dat is zielig. Een mier die per ongeluk in de auto mee heeft gereisd… Weggerukt van zijn kolonie. Dat is zielig. Een eenzame schoen onder het busbankje? Dat is zielig. . Om dan nog maar niet te spreken over die uit de lucht vallende mestkever die zich in mijn reblochon nestelt.

Ik probeer een verband te vinden in mijn ach-gus-momenten. Ik weet niet of ik nu zo ontroerd raak van drop op zich. Ik vind het lekker, dat wel. Of een schoen, zo’n vieze natte, die heeft op allerlei plekken gelopen en dingen meegemaakt en dan ligt hij daar afgetrapt. Auto’s? Ik heb nooit iets met auto’s gehad. Ja, ze vervoeren me naar fijne plekken. Zouden objecten en wezens mij raken als ik daar een fijne situatie omheen kan schetsen? Maar waarom vind ik wijnflessen dan niet schattig? Of lege parkbankjes niet eenzaam?
Sad-Sunflower_tn2Ik zou mijn energie beter kunnen steken in het opvrolijken van daklozen, of het babbelen met bejaarden. Ik zou me moeten opgeven als maatje. Dat doe ik dan weer niet… Ben ik hypocriet?

Mijn hersens kraken, ik denk dat ik gewoon een mens ben… met het eenzame-doperwtjes-gen. Een blikje rolt over de keien voor me. Hij maakt een hoop herrie, rinkelt en kinkelt… En verdwijnt in de horizon.

Advertisements

De prostituee

Het is tien voor twaalf, ik dacht dat het later was. Ik moet nog tien minuten wachten op mijn rijinstructeur. Het is doodstil op straat, zelfs de bomen ritselen niet. De winkeldeuren staan open, maar de verkopers lijken versteend.

’s Nachts staat het hier vol met tieners die zich verliefd tegen de jongens aanvleien. Dan fietsen er groepen schaterlachende studenten met krullen in hun nek. Dealers, verslaafden en daklozen hangen tegen de stroomkastjes, eeuwig discussiërend. Terend op hun eigen onvrede. Om de hoek staan de prostituees als beenhammen ingesnoerd in een felroze lakkorset of glimmend ondergoed. Het overschot aan lichaam gedrapeerd over de randen.

498069602.122133-prostitute                                                                       (Afbeelding: The Prostitute van Evert van Eggelen)

Ik sta daar nu, wachtend. De dames achter de ruiten staren verveeld naar het scherm van hun smartphone.

Plots wordt de stilte verbroken. Een grote zwarte hond rent hijgend door de Hardebollenstraat. Hij schiet zonder na te denken één van de rode kamers binnen. Ik hoor een krijs en kijk nieuwsgierig naar het raam. De vrouw staat op haar kruk, wiebelend op haar hoge hakken. “Tataaaa, weeeeeeeeg, taaataaaaa, iiiiieeeeeeee, waaaaaaaat, gaaaa weeeeg!” gilt ze alsof haar leven er vanaf hangt. De hond kwispelt vriendelijk en snuffelt schaamteloos aan haar derrière. Hij beloont het krijsende wijf met een enthousiaste lik. “Wiiiieee haaalt dat ding weeeeeg!”

“Klik klak klik klak klik klak”, in de verte hoor ik iemand rennen. Ze komt steeds dichterbij. Haar bril staat scheef op haar neus. Met één hand houdt ze het hoedje op haar hoofd vast en om haar arm bungelt een aktetas. In haar andere hand zwengelt een hondenriem. Met het schaamrood op de kaken haast ze zich naar de springende ondeugd achter de ruit. “Max zit, Max, Max, Max zit!” “Haaaaal dat ding weg! Haaaal hem weg!” “Sorry, mijn oprechte excuses mevrouw, het spijt me echt, Max hier… Kom hier Max”. “Ik zeg dat je dat beest weg moet halen!” “Ja, ja, het spijt me, sorry, sorry!”…

…Dan staat ze weer buiten. Max kijkt met glinsterende ogen in de rondte, zijn tong hangt als een boekenlegger over zijn tanden. De dame zet haar bril recht, strijkt haar rokje glad en loopt voeterend verder. “Foei Max, foei…Mag niet… Dat mag niet Max…” De hond kwispelt. Haar stem sterft weg.

De prostituee belt haar beste vriendin en haar moeder en haar tante en haar achter-achternicht. Iedereen moet weten wat voor vreselijks ze meemaakte. “Jaaaa en ik zeg nog zooo, ooooo haal dat ding weg, maar neeeeee, hooo maar… Die hoer luisterde gewoon niet!”