De moeder

Wat Marlijnheid betreft, voel ik me nog precies hetzelfde als voor het babytijdperk. O yes stinkkaas, woldraden in de knoop, kattenharen op m’n nieuwe jurk, rommel in m’n tas. Toch heb ik er een identiteit bijgekregen. Continue reading

De Kameel

IMG_2564
Mijn bureaustoel piept als ik beweeg. Mijn voet wiebelt op het ritme van de muziek, dus ja… dan piept mijn stoel. Het viel me pas op toen iemand er wat van zei. Ik waande me op een dromedaris. Voor me zag ik zijn pluizige oortjes, ik hoorde hem ademhalen. We stapten in een prettige cadans door de zandduinen. De zon scheen vurig op mijn biggenvel… Ik ben net terug uit Zuidoost Marokko. We zigzagden door het Atlasgebergte en verkenden stukjes van de Sahara. Het was fantastisch! Dat ritje op die dromedaris was stiekem wat suf en toch zat ik kinderlijk blij op z’n rug. Ik blijf het intrigerende beesten vinden. Harige, eigenaardige, dinosaurusachtige bultruggetjes, snoevend en brommend.
IMG_2522

Voetjes
Ze waren me eigenlijk nooit zo opgevallen. In de dierentuin vond ik het altijd nietszeggende beesten. Ze stonden ergens in een hoekje, onder een boom of met hun konten naar het publiek, ronde drollen strooiend. Ik zag hun ware schoonheid pas echt toen ik 19 jaar was en we de vader van vriendlief opzochten in Egypte. Kamelen en dromedarissen met een functie, geparkeerd voor het huis of herkauwend op een droge tak in de woestijn. Als we na een lange rit pauze hielden en onder de brandende zon een liter water naar binnen goten, liepen ze onverstoorbaar langs. In een rijtje, de weg overstekend. Bij iedere stap hoorde ik ‘pfff’ op het hete asfalt, wat een ritmisch ‘pfff pfff pfff’ opleverde. Ik keek naar de voetjes die het geluid maakten en stond aan de grond genageld. Wat een gekke dingen, wat een fantastische dingen, nee wat een adembenemende dingen, wow! Plots zag ik de kameel als een heel ander wezen. Een wollige gevaarte met een buitengewoon uiterlijk. Een laaghangende nek met een gigantische kop erop. Onmetelijk lange wimpers, kleine ronde oortjes waartussen een waar kapsel schuilt. De kapper kan er nog wat van leren. We hebben meerdere coupes van elkaar kunnen onderscheiden, variërend van een coupe soleil tot een ware Sjakie-mat. En dan hebben we natuurlijk de bulten, stevig of slap en die lange ranke benen met knietjes en ronde voeten. Werkelijk waar, de kameel blijkt een beleving.
330s7cl
Emotionele rakkers
Het blijven gekke beesten. Of het nu om dromedarissen of kamelen gaat. De één glimlacht permanent, maar bijt bijna je kop eraf als je een knuffel komt innen en de ander volgt nieuwsgierig alle bewegingen die je maakt en laat zich maar al te graag aaien. Ze kunnen lieflijk snuiven of getergd brullen vanuit de keel. Ze kunnen uren kauwen op een onzichtbare eucalyptustak, intens genieten van hun eigen bestaan, kwijlen als een wilde, met getuite lippen in de verte staren of zoals Terry Pratchett ooit schreef, de moeilijkste wiskundige formules uitdenken en oplossen.


Liefde
Ik ben toch wel een beetje verliefd geworden op deze eigenaardige schepsels. Misschien moet ik naast Château en Pushkin ook maar eens een kameel aanschaffen. Gewoon voor de gezelligheid, of als rijtuig. En een muis? Huh? Een muis? Er piept iets… O ja… aan de slag.
IMG_2462

 

 

 

De ezel

Ze verlangde vurig naar een rood mutsje. Ze had er een keer één gezien, toen ze piepklein was en tussen de hoeven van haar moeder schuilde. Ze werden gevoerd door iemand die ze nooit eerder hadden gezien. Iemand die hen lief had en die op zo’n knieën in het stof belandde om een blik te werpen op het kleine ezeltje. Hij had haar voorzichtig een aai gegeven en haar moeder gecomplimenteerd. Ze antwoordde met een gelukzalige balk. Een i en een a galmden over de herdersvelden. Toen hij nog wat verder bukte om het kleintje nog iets beter te aanschouwen, had het ezeltje het rode mutsje gezien. Ze was met stomheid geslagen en knipperde met haar lange wimpers. Dat was de eerste en de laatste keer dat ze een rood mutsje had gezien.
Ezel2
De jaren die volgden waren lang en zwaar. Het leven van een ezel gaat nu eenmaal niet over rozen. Twintig jaar was ze nu en ze was doodop. Ze staarde naar de geestdodende bodem en naar haar gespleten hoeven, wit uitgeslagen van de dagen dat ze met de kolos op haar rug door de woestijn zwierf. Ze stonden nu even stil. Hij stond naast haar en had zijn wandelstok tegen haar achterwerk aan geparkeerd. Ze voelde het uiteinde prikken in haar vel en poogde het onding omver te schoppen. De stok bleef echter arrogant overeind staan. De kolos had zich verscholen achter een rots vijf meter verderop. De sleep van haar jurk verklapte haar geheime locatie. Ze hoorden een vaag gekletter en verder niets dan doodse stilte. Hij staarde roerloos naar de sterren en prevelde onverstaanbare woorden die vervlogen met de leegte van de woestijn. Vanachter de rots kwam de kolos overeind. Ze glimlachte lieflijk en sloeg ietwat onhandig haar mantel om haar schouders. Ze waggelde als een gevulde gans over het paadje en stortte zich kreunend op het ezeltje, dat zich krampachtig en met knikkende knieën staande hield. Hij gaf haar een tikje met die verdomde stok, maar het ezeltje weigerde een stap te zetten. Ze liet zich niet commanderen door zo’n laffe stok. Een tweede tik volgde. Het ezeltje verroerde zich niet, maar liet slechts een zucht ontsnappen. De kolos begon zachtjes te zingen en streelde teder tussen haar manen. De ezel draaide zich genoeglijk om en stapte kalmpjes achter hem aan. Hij, met zijn verachtelijke stok.

De reis werd voortgezet, lange uren stapten ze door het grove zand en over de grijze kiezels. Ze passeerden kleurloze rotsen, verlaten hutten en slapende dorpen. Stilletjes, gespannen en dodelijk vermoeid hielden ze vol. Het maanlicht scheen zorgeloos over de eindeloze vlakten en verlichtte de bestemming die na dagen stappen eindelijk naderde. Als een lampionnetje op een heuveltop. Het ezeltje hoorde het stel euforische klanten uitslaan en voelde zich lichtelijk opgelucht. O wat keek ze uit naar een bed van stro, koud water en vers hooi. Het lampionnetje viel langzaam uiteen en veranderde in gloeiende, ronde huizen. Stratenvol. Kaarsen brandden in de vensterbanken en buiten knetterden knusse vuurtjes. De heer met de stok klopte overal aan. Na de zoveelste deur klonk hij wat onrustig en dat werd alleen maar erger, tot hij schreeuwde, bad, smeekte en huilde. Niemand leek hem binnen te laten. Steeds moest het ezeltje weer wachten met het gevaarte steunend en snikkend op haar rug. Wat er precies gaande was, wist het ezeltje niet, maar het stelde haar niet gerust. Ze voelde onaangename spanningen en vervloekte de kilo’s die ze meezeulde. Met afhangende schouders en een gebogen hoofd, strompelde de man met de stok naar het ezeltje. Tranen in z’n ogen, hoofdschuddend. De kolos schudde mee op het ruggetje. De ezel bleef met moeite rechtop staan. Zwijgend stonden ze aan de grond genageld.

Plotseling begon het ezeltje hevig te balken. Iiiaaa iiiaaa iiiaaa, onophoudelijk. Een kudde schapen liep warrig voorbij, rinkelend en mekkerend. Achteraan liep een herder, gehuld in een wollen deken, met kamelenleren sandalen en op z’n hoofd droeg hij een prachtig rood mutsje… Hij hoorde het gebalk en stopte abrupt met lopen. Het arme schaap achter hem, knalde onnozel tegen z’n knieholte aan. Hij zag de ezel staan en hij versnelde zijn pas. Hij staarde stilletjes in de trouwe ezelsogen, een glimlach ontsnapte. “Dag ezeltje, ben je daar weer”, zei hij. Hij zette z’n muts tussen haar lange oren en nam het stel onder zijn hoede. Zijn stal was hier om de hoek. Het was niet veel, maar hij sliep er zelf ook weleens. In zijn tas had hij nog wat brood en een flacon water. Dat was alles wat hij bieden kon, want meer had hij niet. De man met de stok viel hem dankbaar om de hals. De kolos snikte van vreugde. En het ezeltje? Dat was nog eerder zo gelukkig geweest. Ze had een rood mutsje. Zijn rode mutsje.

Heb je het kerstverhaal voorgelezen tijdens de feestdagen? Ik hoor graag wat je ervan vond! marlijn@dejagerschrijft.nl

De schrijver

Ik heb een boek geschreven. Het begint langzaam tot me door te dringen. Vreemd hoe hersenen dit soort gebeurtenissen zo traag verwerken. Mijn boek ligt bij de Libris, de Literaire Boekhandel en de Broese. De burgemeester nam mijn boek op feestelijke wijze in ontvangst en overal duiken fotootjes op van mensen die mijn boek via Bol.com kochten: dat lijken me genoeg signalen voor 100% besef. En nog lijkt het meer een soort van droom. Als kind droomde ik ervan zelf een boek te schrijven en nu droom ik stomweg door, terwijl het gelukt is!
Winkel02
Van tomaten bloesem maken
Helden en Halvegaren, een bundel met Middeleeuwse sprookjes uit en over Utrecht. Verdomd! Ik heb een boek geschreven. Misschien moet ik het een paar keer voor mezelf herhalen. Het stomme is, ik had van tevoren nooit bedacht -hoe logisch ook- dat mensen mijn verhalen lezen. Doodeng is dat! Alsof ik zit te wachten op de eerste tomaat die op mijn voorhoofd uit elkaar zal spatten. Derrie in m’n wenkbrauw. Vooral als men ook eieren onder de kippen vandaan trekken. Ik hoop natuurlijk op bloesem en glitterconfetti, maar ik zet me voor de zekerheid schrap voor de eerste tomaat. Als mensen m’n boek stom vinden, moet ik hard werken om ze te overtuigen met mijn volgende boek. Lastig hoor, van appels peren maken, of dus van rotte tomaten bloesem. Ik heb sinds het boek er is, het gevoel dat ik meer uit mezelf kan halen. Ik heb Helden en Halvegaren met liefde geschreven hoor, vergis je niet. Ik richtte me in eerste instantie op kinderen en dat schrijft heel anders. Misschien vind ik het daarom wel lastig inschatten. Als ik me puur op volwassenen had gericht, was alles anders geweest, maar daar lenen de verhalen in mijn bundel zich niet voor. Bovendien waren Middeleeuwse verhalen toegankelijk voor een breed publiek en vaak een tikje kinderlijk. Het klopt dus wel.
MarlijnBurgemeester00
Tot in de eeuwigheid
O hoor mij ratelen, de onzekerheid slaat hardnekkig toe, terwijl ik hartstikke blij ben met Helden en Halvegaren. Mede dankzij het fantastische werk van mijn grote liefde Sven. Hij maakte linoleumgravures precies in de sfeer die ik graag wilde. De sfeer die een oud sprookjesboek met zich meebrengt. Dat gevoel dat ik kreeg als papa het dikke boek met de rode kaft van de plank pakte. Voorop de wolkenvrouw, vriendelijk glimlachend in de blauwe hemel. Verhalen over prinsen, dwazen, pratende zwanen en toverdwergen. Zoveel illustraties stonden er niet in. Dat hoefde ook niet, want de verhalen kleurden je fantasie. De illustraties die erin stonden spraken tot de verbeelding en waren lieflijk, mysterieus en grimmig tegelijk. Ik aasde voor mijn bundel op die sfeer en volgens mij is dat hartstikke goed gelukt. Ik had geen andere illustraties gewild. Het is heerlijk om samen iets moois te maken. En dan ook nog eens iets dat eeuwig blijft. Hardnekkiger dan een tatoeage. Ons boek, gemaakt door hem en door mij. Ik zou er een liefdeskroniek over kunnen schrijven. Ideetje voor mijn nieuwe boek? Nee, dat niet. Stiekem ben ik daar al mee bezig. Ik verklap nog niks en ben nog lang niet klaar. Dit keer wordt het een roman.
StadstuinboekRoze wolk
Nu eerst de komende tijd mijn botte hersenen de roze wolk laten verkennen. Ik heb een boek geschreven! Potverdorie! Mijn wens is uitgekomen!
Krant01
Meer weten over mijn boek? www.heldenenhalvegaren.nl
of https://www.facebook.com/heldenenhalvegaren.

De taskat

Laptop, kladblok, pennen, opladers: check, check, check, check. En hey er zit nog wat in m’n tas! Iedere keer probeert ze het weer. Château wil tekstschrijver worden, maar ze is nog te jong om stage te lopen. Daar trekt ze zich niets van aan. Ze verstopt zich steevast voor ik vertrek in m’n tas. In de hoop dat ik haar meeneem en ze de kneepjes van het vak kan leren.
IMG_0134
Schrijvertje met staart
Château is nog maar een half jaar oud, een rasechte, ondeugende kitten. Met een onstilbare honger naar avontuur en een nog groter verlangen naar het schrijven daarover. Ze moet nog leren schrijven, dat wel, maar ze laat op haar manier genoeg sporen achter. Ze doet regelmatig geurverslag van haar kattenbakkunsten en onderzoekt luidkeels haar etensbakjes om culinaire hoogstandjes te vereeuwigen. Op de vensterbank houdt ze de Rooseveltlaan in de gaten, om zo nauwkeurig mogelijk het nieuws van de dag te registreren. Alleen het daadwerkelijke schrijven moet er nog van komen. Nog even wachten Château, schrijven leer je in groep 3.
taskat01Tastactiek
Iedere morgen na het ontbijt, als ik mijn tanden sta te poetsen, sluipt Château gedreven naar mijn tas. Ze kruipt erin met verve, met elegante pasjes tot de bodem en dan draait ze zich soepel om. Als ik mijn tas wil sluiten zie ik nog net haar grote kijkers hoopvol naar boven staren, “ah toe, ik wil mee!”
Taskat5Aanstormend talent
Mee mag ze niet. Dat zou ook niet gezellig zijn voor haar zusje Pushkin, die hele andere toekomstplannen smeedt. Wel kan ik voorspellen dat mijn spinnende talentje zich voorbereidt op een magnifieke schrijverscarrière. Ze heet Château, onthoud haar naam. Daar ga je nog veel van horen.
IMG_9708

La pétanque

De buikjes zijn rond. Het middagmaal werd tevreden naar binnen geslobberd. Met veel bombarie en wilde handgebaren. Op een schaal liggen lege schelpen, opgestapeld en omringd door verkreukelde schijfjes citroen en vette servetten. In een glazen kan zit nog een laagje rosé, waaromheen nerveuze vliegjes dwarrelen. Tien minuten sloten de heren hun ogen, met hun handen gevouwen op hun buiken. En nu is de lunch gezakt, dat betekent dat het tijd is voor een dagelijkse pot pétanque.
janotad
La maison
Mijn broer woont sinds kort met zijn gezin in een piepklein plaatsje vlakbij Aix-en-Provence. Ik reed samen met een vriendinnetje de auto van mijn schoonzusje naar het nieuwe paleisje. Als dank werd ik vreselijk vertroeteld en proefde ik van het Franse leven. Het huis van mijn broer is écht Frans, inclusief jeu-de-boulesbaan. Al is het gebruikelijker om in de Provence een spelletje pétanque te spelen. Een variant van jeu de boules, maar dan eenvoudiger en met meer nadruk op behendigheid in plaats van kracht. Het mag dan wel eenvoudiger zijn, ook bij een spelletje pétanque lopen de emoties hoog op. Zowel in de achtertuin van mijn broer, als op het dorpsplein in Cassis.

Au! Nom de dieu
De heren die even niet meespelen kijken geconcentreerd toe, met een beslagen glas pastis in de hand. Op een bankje ligt een open houten koffer. De ‘boules’ zijn er uitgehaald en liggen zelfs al her en der op de baan verspreid. De ‘cochonnet’ (ook wel ‘but’ genoemd = het kleine houten balletje) ligt er verlaten bij. Er hebben wel metalen ballen in de buurt gelegen, maar tijdens dit tête-à-têtespelletje (2 spelers) ketst de één steeds de dichtstbij liggende bal van de ander weg. Wat een luide scheldpartij teweeg brengt.
“Au! Putain, nom de dieu!”
“Ha ha ha”,
“ne riz pas salaud!”
Een slok pastis doet wonderen en brengt rust en concentratie terug op de baan. De speler gooit zijn bal met een onderhandse zwaai tegen de cochonnet. Hij juicht overdreven:
“Mais oui, c’est ça!”
Een brom van de ander. Op de achtergrond scheldt een andere speler over de situatie van zijn spel. Hij zwaait woest met z’n armen in de lucht.
Petanque1Dans le jardin
Mijn broer heeft van mijn ouders een echte pétanque-set gekregen. Broerlief toont me net zo’n mooie houten koffer als de koffer die ik in Cassis zag. Met gloednieuwe, glimmende ballen. Mijn nichtje en neefje stormen op de kist af en grijpen vliegensvlug de ballen vast. Nee ze willen niet met die gekleurde kinderballen gooien, dit is het echte werk. Dit is spannend en dit is wat papa mooi vindt. Dus zij natuurlijk ook. Ik geef ze groot gelijk, de echte ballen smijten heerlijk. Al begrijp ik ook het beteuterde gezicht van mijn broer, die verlekkerd de kist opende. De oplossing: om en om spelen. Mijn neefje en nichtje blijken algauw bedreven pétanque-spelers. Reken maar dat ze mijn broer en mij inmaakten. En ja, we deden echt ons best.
Petanque2De pastis en de scheldwoorden ontbreken nog. Ik weet ook niet of mijn broer zijn kinderen daaraan wil blootstellen. Anderzijds… Vroeg of laat komen ze er zelf achter. Ze spreken sneller Frans dan je denkt. Let maar op.
cartn29Zucht… heimwee


Het zomerrecept

Tranen met tuiten huilden ze. Ik zat met m’n handen in het haar. Wat moest ik in godsnaam beginnen. Hij nipte hevig snikkend aan de watermeloengazpacho met gekleurde vlaggetjes op een bedje van kersenbomen en zij hapte onverschrokken in de zon met zeezout en geflambeerde blauwe kaas met Bourgondische chocola. Vonden ze het lekker of walgden ze ervan? Waarom huilden ze? Ik poogde het hen te vragen, maar mijn samengeknepen stem liet me zwijgend in de steek. Ze aten gestaag door.
Alice_CryingIk besloot de volgende gang op tafel te zetten. Een amuse van gegrilde literatuur met pijnboompitten gebaseerd op Franse chansons. Nog meer tranen vloeiden over hun wangen en landden op het tafelblad. Met bierviltjes probeerde ik de stroompjes te deppen. Ondertussen voelde ik iets op m’n wang kriebelen. Een traan! Verdomme! Begon ik zelf nu ook al?! We schoven de gegrilde dorade met festivalsaus aan de kant en stortten ons direct op een fles lokale appelcider, speciaal door blonde bruidjes gebrouwd.

Inmiddels brulden we alledrie luidkeels. We overwogen regenlaarzen aan te trekken voor de schade die we aanrichtten. Op de houten planken kolkte een rivier van tranen. Als troost toch maar een toetje. Crêpe van wilde bloemen met zorgeloze nachten. Buiten regende het pijpenstelen en wij deden ongegeneerd mee. Het is en blijft ieder jaar weer verrot. De herfst die met dreigende stappen dichterbij komt en die de zomer ontvoert en pas over drie seizoenen weer vrijlaat. Zomer, o zomer. We leven met je mee.

Buikjes vol. Tijd voor de winterslaap.