De Olifant

De vrouwen staan op tafel! Gillend en wijzend naar dat gedrochtje dat daar rondsluipt door de keuken. Een glad trillend muizenlichaampje volgt een spoor van broodkruimels. De brutale gluiperd trekt zich niets aan van de hysterische bedoening op tafel.
Hoewel ik zelf niet bang voor muizen ben (ik vind ze juist vertederend), ken ik veel mensen die voldoen aan bovenstaande schets.

…maar hoe zit dat nu met olifanten? Zijn ze bang voor muizen? Waar komt die muizenangst vandaan? Dat het inspiratie is voor de tekenfilmwereld is een feit. Youtube barst van de filmpjes waarop toeterende olifanten vluchten voor een muisje.

Het programma Mythbusters wist dit broodjeaapverhaal te ontkrachten. Olifanten blijken niet bang voor muizen, ook al schrok één van de olifanten tijdens het testen van de mythe wel degelijk van een muis. De schrikreactie werd niet veroorzaakt door een muis, maar door het plotselinge bewegen van ‘iets’ in zijn ooghoek. Bij de tweede ontmoeting met de muis, schonk de olifant er duidelijk geen aandacht meer aan.

Waarom wordt deze vraag dan al eeuwenlang gesteld? Al zo’n twee eeuwen voor Christus werden er verslagen geschreven over Hannibal die tijdens de Punische oorlog met zijn olifanten over de Pyreneeën en de Alpen trok. Daarin werd ook vermeld dat de olifanten (die toen nog erg bijzonder waren om te zien in het hedendaagse Europa) er misschien indrukwekkend uitzagen, maar toch bang waren voor muizen, rammen, varkens en muggen (bron: José Samarago – De tocht van de Olifant).
Op verschillende fora beweren mensen nog steeds dat olifanten bang zijn dat muizen hun slurf in kruipen. En zo kan de broodjesaapbakker zijn zaak nog flink vullen met andere redenen.
MIMI_KA16_054R_MIN_B1Zoals gezegd hebben genoeg wetenschappers het tegendeel inmiddels bewezen. Toch blijft het kriebelen; misschien is deze legende ontstaan uit een soort held-op-sokken-standpunt: “Zulke grote beesten zijn ook heus bang voor kleinigheden” (en dus is het niet vreemd dat ik zelf bang voor spinnen ben…). Het kan ook uit een soort geruststellend “grote honden blaffen niet”-idee voortgekomen zijn (hij is wel groot, maar niet zo monsterlijk hoor…). Ik hoop eigenlijk dat iemand met een rijke fantasie deze stelling ooit de wereld in hielp omdat het gewoonweg een heel grappig idee is. Zo’n dikke dreumel, bang voor een klein harig ventje met kraaloogjes. Die grote vriendelijke reus toch, ons maatje.

Eind goed, al goed, olifanten zijn niet bang voor muizen. Science Magazine publiceerde overigens wel een artikel waarin wordt uitgelegd dat olifanten bang zijn voor bijen. Na wetenschappelijk onderzoek bleken bijen olifanten gemakkelijk te kunnen verjagen.

Dat scheelt…Dan kunnen al onze helden op sokken gelukkig toch nog hun heil vinden in het grote-olifant-is-ook-bang-hoor-idee.

Advertisements

De Zolder

Er bestaan veel magische plekken op de wereld die emoties los weten te wrikken. We slaan stijl achterover van bewondering of voelen melancholie. De zee is zo’n plek bijvoorbeeld, of de openhaard in het ouderlijk huis. Voor mij is het de zolder van oma.

Ik zit naast oma in een grote rode fauteuil, met een kop koffie (waarin ondeugend een scheut Amaretto is gegoten). Ik staar naar de opgeklopte melk en prik er gaatjes in met mijn lepel. Een gevoel van ongeduld overspoelt me, want de zolder roept. Ik heb een idiote drang om even naar boven te lopen en de muffe kastanjezoetige geur op te snuiven. Even graven in stoffige dozen en duiken in de mysterieuze hoekjes. Oma, die wellicht de krachten van haar eigen zolder wel kent, stuurt me naar boven: “Ga jij eens even een klein mandje voor me halen, dat heb ik nodig voor dit hondje!” Ze wijst naar het zelfgehaakte beestje op de armleuning. Hij kijkt me glazig aan, alsof hij zijn mandjesloze leven inderdaad betreurt.
DezolderBij het openen van de trapdeur ruik ik de zolder al. Een specifieke geur die ik soms elders ook ruik, maar die me altijd doet denken aan deze zolder (wat ik dan ook altijd hardop zeg). Het bekende geluid van de spaarlampen die knipperend aangaan voelt al vertrouwd. Onder de houten balken liggen restanten van speelpartijen van mijn nichtjes en misschien nog wel van mijzelf. Een mand met naakte poppen en oude knuffels staat verlaten in de hoek. Achter een stapel dozen liggen knikkers van klein naar groot. Het barst hier van de herinneringen.

Vroeger durfden wij (de kleinkinderen) niet in ons eentje naar oma’s zolder. Vreemde schaduwen en mogelijke spinnenfamilies joegen ons de stuipen op het lijf. Met zijn tweeën stonden we sterk, dan was het ontdekken van oma’s zolder een waar avontuur. We vonden onverklaarbare curiosa en vergeelde foto’s, houten doosjes gevuld met sigarenbandjes of oude zomerhoeden die wij giechelend één voor één uitprobeerden.

Nog steeds voel ik een mix van melancholie en kinderlijke vreugde tussen de verlaten spullen op oma’s zolder. Het voelt als een ruimtelijk dagboek, alles hier heeft geleefd en is nu verzonken in een diepe slaap. Af en toe rukken we objecten uit hun slaap en verzinken ze aan het einde van de dag weer in een vreedzame roes.

Dromerig loop ik weer naar beneden, mijn oma kijkt me aan en vraagt: “Heb je een mandje kunnen vinden?” Ik bedenk me dat ik het vergeten ben.

De Sint

De tien minuten voordat zwarte Piet zich op Sinterklaasavond kenbaar maakte, waren het ergst; een verontrustend en vreugdevol moment. Papa had de kaarsen in de kroonluchter aangestoken (dat gebeurde alleen op bijzondere dagen), de salontafel werd aan de kant geschoven en alle stoelen stonden in een kring. Een zucht van verlichting galmde door de kamer, gedichten waren op het nippertje op papier gekrabbeld. De ontstane leegte op het tapijt was veelbelovend, hopelijk kwamen daar straks gevulde juten zakken staan. Op de achtergrond zong een braaf kinderkoor Sinterklaasliedjes, maar werd overstemd door mijn broers die grinnikten over zaken die ik niet begreep of meekreeg op dit spannende moment. Wat was ik zenuwachtig! Mijn onrust werd uiteraard opgemerkt en gevoed, volgens mijn broers zou ik heus geen cadeaus krijgen dit jaar. Wat als ze gelijk hadden? Wat als Sinterklaas ons huis oversloeg? Mama keek op haar horloge (zou de buurman de afspraak zijn vergeten?) Het idee dat zwarte Piet ieder moment op de ruit achter mij zou kunnen kloppen was ronduit beangstigend. Anderzijds zouden we dan wel beloond worden.

081130_15080_remote_1996507335_1999999607_schoen_zetten

Gelukkig vergat de Sint ons nooit… en ik hem ook niet. Ik ben één van die mensen die eeuwig fan blijft van’t oude heertje. Heerlijk kneuterig, huiselijk en fijn dat de mensen die ik lief vind elkaar extra aandacht geven. Tot ongenoegen van mijn vriend ligt ons hele huis onder de glitters en crêpepapierresten, de ene surprise na de andere wordt in elkaar geknutseld. Dichten is nooit mijn sterkste punt geweest, dat gedwongen gedoe met die A-B-A-B of A-B-B-A of andere A-B combinaties. Aan de C waag ik me niet…

Ieder jaar sta ik weer versteld van dezelfde discussies die hun ronde door het land weer doen. “Racisme!”, “Sinterklaas is een leugen!” “Commerciële bende!” Ik heb dit jaar besloten dergelijke uitspraken geen ruimte te geven. Er is niks mis met een avondje kroelen om het haardvuur. Warme chocolademelk, worstenbroodjes en echte marsepijn. We prijzen elkaar de hemel in, plagen en bemoedigen; een prachtige traditie als je het mij vraagt.