De Kapoen

“Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje… ” Allemaal leuk en aardig, maar wat noemen we de sint nou eigenlijk? Een gecastreerde haan? Wat is een kapoentje?

Gecastreerde haan
Wie googelt komt de betekenis ‘gecastreerde haan’ tegen. En bij de afbeeldingen zien we inderdaad menig hanenboutje voorbij komen. Rozemarijn erbij, een beetje peper en zout, hoppa! Een kerstmaal! Daar moet ik van grinniken. Dan zingen we collectief al jaren een belachelijke tekst.

Gecastreerde heer
Misschien moeten we verder zoeken naar een betere betekenis. Wie ‘kapoen’ in het woordenboek opzoekt, komt ‘gecastreerde man’ tegen. We zingen dus eigenlijk ‘Sinterklaas, gecastreerde man, gooi wat in mijn schoentje’? Het zou kunnen dat ‘kapoen’ inderdaad refereert naar een gecastreerde man, want Sinterklaas was een bisschop. Een celibataire levenshouding valt niet mee. Knip knap zegt de schaar: En het grootste probleem verdwijnt…

Gespot: Een Jood
De Van Dale informeert ons ook over een andere betekenis van ‘kapoen’. Het zou jarenlang een scheldwoord geweest zijn voor ‘Jood’. Dat men castreren en besnijden over één kam schoor, vind ik vrij dramatisch. En dat het een scheldwoord was natuurlijk ook. De Joden uitschelden is natuurlijk respectloos, maar Sinterklaas uitschelden! Dat is ook vreselijk!

Schurk, schavuit!

Ook in de Franse taal was kapoen (capon) een scheldwoord. De Joden hoefden zich niet aangesproken te voelen (tenzij ze tot de doelgroep behoorden), want het ging dit keer om schurken, rare snuiters en boeven. Zou ons lieflijke Sinterklaasliedje geschreven zijn door iemand die jaloers was op de Sint? Die oude man die nog steeds ieder jaar in de schijnwerpers staat en omringd wordt door kleurrijke (!) hulpjes.

Kleine deugniet
Sinterklaas is dus een gecastreerde haan of man, een Jood of een schurk. Nu is er nog een mogelijke betekenis die de aaibaarheidsfactor van het liedje nieuw leven inblaast. In Vlaanderen kenden ze het woord ‘capon’ ook. Maar de betekenis ‘rare snuiter’ veranderde mettertijd. De spot in het woord transformeerde in een liefkozing. Moeders noemden hun kinderen ‘capon’, ofwel ‘deugniet’. Dat Sinterklaas een deugniet is, verbaast me enigszins, maar het klinkt wel wat vriendelijker.

imagemagic
Het draait gewoon om de ballen
Toch denk ik dat de schrijver van het liedje een vleugje moraliteit in het liedje verwerkte. Het lied werd geschreven in de 19e eeuw. Een tijd waarin genoeg tijd werd vrijgemaakt voor een zedenlesje. Sinterklaas was kuis, dat was gewoon zo. Dat gecastreerde mannen geen behoeftes meer zouden hebben, past ook wel in het naïeve plaatje van de zedenleer. Bovendien mag een kindervriend niets met piemels te maken hebben. Kortom, Sinterklaas werkte de ballen uit zijn broek, was vrijgevig én keerde zijn hand niet om voor het kruis. Het was alleen niet zijn eigen kruis.

Advertisements

Het Doosje

Zou het niet fijn zijn als we de wereld soms echt eventjes in een doosje konden doen? Ons eigen doosje, dat we af en toe even open doen. Waarin we onze schatten zien schitteren.

Ik moet gelukkig zijn
Het spreekwoord ‘hij doet de wereld in een doosje’ refereert naar iemand die gelukkig is. Iemand die alles heeft wat zijn hartje begeert. Ik vind het een prachtig spreekwoord. Logisch, geluk is iets positiefs. Al heeft iedereen tegenwoordig een mening over het woord ‘geluk’. Wordt geluk ons tegenwoordig opgedrongen? Raken we door de almaar stijgende gelukseisen overspannen? Zijn wij ultiem gelukkig in vergelijking met een arme boer uit India? Ik heb besloten me niet meer zo bezig te houden met de betekenis van het woord ‘geluk’. Het is maar een woord.

Het doosje
Wat mij meer intrigeert is het ‘doosje’. Enerzijds omdat het veilig en knus klinkt. De wereld zoals jij haar wilt in je eigen doosje. Anderzijds omdat uiteindelijk iedereen een eigen doosje heeft. Soms ligt dat doosje te versloffen. En uiteindelijk koester je het (hopelijk) weer. De één vindt dat we allemaal hetzelfde zijn en de ander vindt ieder mens uniek. Ik denk gewoon dat iedereen een eigen beeld heeft bij zijn of haar persoonlijke doosje. De één heeft een doosje bezaaid met diamanten. De andere volstaat met een eikenhouten doosje. Sommige doosjes worden met de hand beschilderd en sommige doosjes grofweg afgelakt. Doosjes van papier, doosjes van kunststof, doosjes van hout. Het kan allemaal.

De kijkdoos
Ik moet toch denken aan een kijkdoos. Het maken van een kijkdoos maakte altijd veel in mij los. Ik sprokkelde mos, kastanjes, takjes en blaadjes bij elkaar. Ik snuffelde met mijn natte laarzen tussen de bomen en de paddenstoelen. En ik koos zorgvuldig wat ik mooi vond. Die kijkdoos zou schitterend worden! Ondertussen zat ik met mijn gedachten tussen de kabouters en de konijnen. Het wereldje waar minikopjes thee werden geschonken en waar eikeldopjes als hoed fungeerden. Als ik dan uiteindelijk mijn schoenendoos inrichtte zag ik precies hoe alles eruit zag. Maar als de deksel weer op de doos geplaatst werd en ik slechts door een klein gaatje naar binnen staarde, zag alles er anders uit. Alsof ik stiekem bij iemand naar binnen keek, terwijl ik het zelf gecreëerd had. Heerlijk!
kijkdoos+nacht+van+de+nacht+1
Pandora en ik
Ik ben nieuwsgierig aangelegd, maar voel me na het schrijven van bovenstaande (ietwat zweverige) woorden plots persoonlijk verbonden met Pandora. Het is zo verleidelijk, maar laten we de deksel gewoon wat vaker op het doosje houden. We hoeven ons geluk niet per se te plannen. Het is veel spannender af en toe door een gaatje te turen. Het woord ‘geluk’ zal sowieso nooit zoveel inhouden als het moment zelf, waarop je van binnen zoveel voelt en beleeft of juist zo heerlijk weinig. Dat moment koesteren we wel voor eeuwig in dat doosje van ons. Oké, genoeg gezwetst. Ik ga nu slapen, daar word ik erg ‘gelukkig’ van. En ik moet ook niet overdrijven. Als ik het woord ‘gelukkig’ van mezelf niet meer mag definiëren, kan ik deze blog wel opheffen. Ik denk dat ik binnenkort met mijn neefjes en nichtjes maar weer eens een kijkdoos moet maken. Welterusten!