Le Café

Ik doe dat eigenlijk nooit, maar het leek me wel wat: op vrijdagochtend schrijven in een café. Waar ga je dan zitten als ‘het assortiment’ van cafés ruim is in de stad? Mijn fiets staat aan een lantaarnpaal vastgeketend, mijn pen en boekje branden in mijn tas. Het is een uurtje of tien en er hangt een duidelijke ochtendsfeer in Utrecht. Een vrachtwagenchauffeur laat op z’n dooie gemakje een rolcontainer op de laadklep zakken, terwijl de postbode fluitend langsloopt met een stapel brieven onder z’n arm. Een kroegkat slaapt z’n roes uit op de vensterbank van een gesloten postzegelzaakje. Ik gluur door de ruiten van de Coffee Company, maar de sfeer bevalt me niet: te zakelijk. De hippe koffiebar ernaast oogt wat hysterisch en in het etablissement daarnaast zit niemand. Ik zoek een café waarin je rustig kunt zitten, niet in de spotlights, maar toch gezellig. Mijn oog valt op Le Journal. Lekker donker, houten vloeren, kaarsen op tafel, Franse leuzen aan de muur. “Oui, oui, een croissant en een kop koffie s’il vous plait.”

Interessantdoenerij…
Het voelt wat ongemakkelijk. De bediening kijkt me opvallend vaak aan. Kom ik nu over als iemand die interessant loopt te doen? “Har, har, ar, ar, ik ben schrijver, ja, kijk jongens, ik wek hier een indrukwekkend stukje proza tot leven en dat kan iedereen zien.” Ik verslik me in m’n koffie. Wat een onzin, niemand let op mij. Gemurmel op de achtergrond, de koffiemachine knaagt bonen in stukken, de klapdeur zwiept met schwung. Twee dametjes die heel wat bij te praten hebben, zitten dicht tegen elkaar en rinkelen met lepeltjes in hun theeglazen.

coffee-2242272_960_720

Geheim verbond
Er loopt een groepje studenten binnen, elk met donkerkleurig gewatteerde winterjassen en met grote hertenogen. Ze ploffen neer rondom een tafel in de hoek en smijten schrijfblokken op tafel. Ze kijken vluchtig om zich heen en steken de koppen bij elkaar. Ik schat in dat het studenten journalistiek zijn, ook al zijn schrijfblokken handig voor alle vakgebieden. Het verbaast me dat er geen laptops tevoorschijn komen. Wat heerlijk, mensen met pen en papier. Ik zou er bijna een pijp bij opsteken.
Eén van de jongens probeert met overdreven handgebaren iets duidelijk te maken, de rest luistert braaf met de handen op schoot, kruinen bij elkaar. Waar hebben ze het over? Ik heb de neiging even aan te schuiven. En dan, alsof er een startschot wordt gegeven, buigen de jongens zich over hun kladblok en beginnen driftig te schrijven. De bediening zet ondertussen vijf zwarte koffie tussen de krassende ledematen.

De klepel
Ik schrik op. Een dame loopt fanatiek door de klapdeur rechts van mij. M’n kaars waait uit. Ze draagt een felrode trui en op haar rug hangt een plakkaat van haar, een soort enorme dreadlock. Ze klikklakt doelgericht naar de groepstafel in het midden van de ruimte. De haarlap bungelt als een klepel heen en weer. Een vreemd contrast met de beschaafde schoentjes die ze draagt en het met glinstersteentjes bezaaide tasje waar ze haar lippenstift uit graait. Ze vindt haar wanstaltige haarklomp kennelijk mooi.

De krant en het spiegeltje
Ondertussen gieten de jongens haastig hun laatste slokjes koffie in hun keeltjes, sissend, alsof het whiskey was. Ze smakken collectief munten op tafel en paraderen in één lijn het café uit. De klapdeur draait overuren.

vulpen

Naast me is een stel gaan zitten. De man strijkt een krant glad op tafel en verdiept zich vrijwel direct in het hoofdartikel. Brilletje op het puntje van z’n neus. De vrouw tuurt in een handspiegel, half in gedachten. Ze prevelt wat en kijkt afwezig door de ruiten naar buiten en dan weer in haar spiegeltje, waarna manlief loom knikt. Wat een cliché man-vrouwtafereel speelt zich hier voor mijn ogen af…

Lotgenoot
Dan zie ik ergens vanuit een donkere hoek twee glanzende ogen. Ze kijken me ongegeneerd aan. Ik knipper en knik, maar krijg niets terug. Ze begint driftig te schrijven. Ha! Een lotgenoot, als reactie begin ook ik driftig te schrijven alsof we samen een geheime missie volbrengen. Ik kan m’n eigen handschrift bijna niet meer lezen. Ik kijk weer op en zie dat ze me wéér zo indringend aankijkt. Ik brand van nieuwsgierigheid, zal ik een sprintje trekken en vragen wat ze over mij schrijft? Misschien schrijven we wel exact hetzelfde over elkaar… Ik besluit het spelletje nog even mee te spelen en schrijf met rode wangen verder. Na een paar minuten kijk ik weer op. Maar dan… is ze spoorloos verdwenen! Ik schuif m’n stoel abrupt naar achteren en kijk verward om me heen. Het snerpende gepiep van mijn stoelpoten over de gewaxte houten vloer wekt mijn buurman. Hij slaat knorrend de krantpagina om. Ook de klepel schudt geschrokken heen en weer. Iedereen kijkt me aan. Oké… tijd om te gaan.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s