De roker

Wie is het? Wie heeft er gerookt? Er staan drie mannen en een vrouw om me heen, ongemakkelijk dichtbij.

Man 1 staart schaapachtig naar voren, oogcontact vermijdend, koffertje in zijn rechter hand, strak tegen zich aan. Roerloos, zwijgend.

Man 2 knoopt een lullig gesprekje aan met wie er ook reageert, “volle bak hè… ” Een begripvolle knik. “Zo, eerst maar eens een koppie koffie hè”, een knik.

Man 3 glimlacht ontspannen, schouders omlaag, observerend met wie hij in hetzelfde schuitje is beland. Laptoptas hangt aan z’n schouder, hand in z’n jaszak. Hij grijnst vriendelijk naar man 2, die nog altijd van alles prevelt.

De vrouw negeert het hele gebeuren en ‘typt’ hysterisch op haar smartphone. In een razend tempo beantwoordt ze al haar appjes, mails en tinderdates?

PING, de deur gaat open. Man 1 stapt uit. “Werkse!” roepen we min of meer in koor. KLOENK, de deuren sluiten.

De penetrante aftershave lucht ebt weg, maar de rooklucht blijft.
“Nou, nog een stukkie”, aldus man 2, die zich al wat naar voren manoeuvreert. De vrouw krijgt onbedoeld een duw tegen haar schouder en kijkt geïrriteerd op van haar schermpje. De rooklucht lijkt zich te verplaatsen, een walm komt voorbij, maar man 2 heeft opvallend poezelige handen. Geen rauwe rokerspoten of shagdraaikrommingen, die ik wel verwacht bij deze lucht.

PING. “Werkse hè”, “Yo!”, “Werksuh”, “Hoiii”. KLOENK.

Meer ruimte, we hernemen elk onze positie. Wie neemt nu de rol van man 2 op zich? Er valt een oorverdovende stilte. Gek genoeg voel ik me aangesproken. “Zo, het is best koud hier!” Pfff, kon ik niets beters verzinnen? “Ja! Net een koelkast!”, bromt de vrouw, die kennelijk een reden om te klagen met twee handen aangrijpt.
Man 3 grinnikt geamuseerd, haalt z’n schouders lichtjes op. Heeft duidelijk warm mannenbloed en nergens last van. Ik wrijf m’n armen warm om mijn laffe statement kracht bij te zetten.

PING. De vrouw stapt uit, zwaait gehaast naar achteren. “Hoiii”, “Werkse”, een vlugge knik. KLOENK.

Man 3 en ik zijn tot elkaar aangewezen. Ik glimlach naar hem terug, ietwat geforceerd (dat voel ik aan het ongewoon trekken van m’n wangen) en staar naar het schermpje waar de etagenummers lui voorbijrollen. Ik bedenk me dat de rooklucht is verdwenen. Zij was het. Een smal, pittig, append dametje zonder bouwvakkersklauwen. Grappig.

PING. “Nou uh, goeie dag hè”, prevel ik. “Yesss, werkse!” KLOENK.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s