De Zakenman

Mannen in pak zien er imposant uit. Een pak draagt ongetwijfeld bij aan succesvolle transacties, serieuze business deals en een deskundige uitstraling. “Hij is een man met allure, hij weet waarover hij praat”. Ik stel me zo’n man soms voor als hij wakker wordt. Douchen, koffie, boterhammetje met kaas. Op de achtergrond galmt het ochtendjournaal. Voor de deur staat een glimmende BMW. Het bewijs van zijn bloeiende carrière…
Zakenman04
Hokjesgeest
Zo, hier spreekt de hokjesvrouw. Vanmorgen zag ik zo’n man op de fiets. Inclusief gestreken overhemd, donkere zonnebril en een keurig kapsel. Hij had zijn jasje over het stuur gedrapeerd en een leren koffertje achterop vastgebonden. Het deed me denken aan een prins op een tractor of een juwelier op een ossenkar. De man zag er op die oude Gazelle jongensachtig uit, met zijn wapperende stropdas en zijn opzij stekende knieën. Ik vond het op een bepaalde manier aandoenlijk. Het is mooi weer, dus daarom pakte hij natuurlijk de fiets. Waarschijnlijk heeft deze man helemaal geen BMW. Normaal rijdt hij gewoon in een afgeragde Peugeot. Misschien heeft hij helemaal geen auto en pakt hij altijd de fiets en fietst hij door weer en wind. Al heb ik nog niet vaak een natte man in pak gezien.
Zakenman03Meester pak
Ik zie mannen graag in pak. Hun schouders komen er mooi in uit. Mannen in pak lijken zich het mannetje te voelen. Of het komt door de perfecte pasvorm, de snit van het jasje of door het stijlvolle geheel, mannen lopen mooier als ze zichzelf in pak hebben gehesen. Schouders breed, rug recht, keurige passen, zelfverzekerde grijns. Een man die zijn pak ’s avonds verwisselt voor een korte broek en een luchtig shirt, zit daarna anders. Onderuitgezakt, schouders laag. Alsof die mooie houding plots losgelaten mag worden. Alsof een zakenpak normaalgesproken stroomschokjes geeft als mannen ‘verkeerd’ zitten. Het pak houdt de man in zijn greep. En nu kan de man eindelijk weer opgelucht ademhalen.
Zakenman01Rotte appels
Al zitten er helaas ook tussen de pakkendragers rotte appels. Broek op hoogwaterstand, clowneske stropdassen, te grote jasjes, vlinderdasjes of zogenaamd karakteristieke schoenen. Van krokodillenleer, met gigantische punten of in een hippe felle kleur. Tsja.

En dus…
Oké, ik vind mannen in pak er prachtig uitzien, maar zeg nou zelf. Een man in ontspannen staat, heeft ook wel wat.

Advertisements

De camping

Het is doodstil, op het ritmische zingen van een krekel na. We staren naar de sterren die je hier zoveel beter ziet dan thuis. We hebben een fleecedeken om ons heengeslagen, want de avonden zijn fris. De silhouetten van de wilgenbomen omkaderen het wateroppervlak, waarop de maan gefragmenteerd glanst. Wat is het hier prachtig en wat is kamperen toch fijn! Kamperen01Want klungelen is leuk
Het idee is best lachwekkend. ‘Ik heb vrij, daarom wil ik geen luxe, maar wil ik klungelen’. Het is in een tent nog best een uitdaging een broek aan te trekken. Het gasstelletje werkt niet optimaal, het luchtbed is lek en de zon brandt om vijf uur ’s ochtends op het tentdoek met Sinaï-achtige omstandigheden als gevolg. Er zitten mieren in de voortent, de scheerlijnen schieten steeds los en ja hoor… ’s nachts moet je ineens plassen. Je rekt de tijd door jezelf te vertellen dat je toch echt niet zo nodig hoeft. Totdat je bijna het moment suprême bereikt. Dan ga je toch maar. Je kruipt uit je dichtgesnoerde slaapzak, stapt onhandig over je slaapgenoot die heftig heen en weer stuitert door het luchtbed dat plots een zwaartepunt mist. Je tijgert naar uitgang van de tent en stapt slaapdronken in je slippers. Roehoeeehoeets. Het tentdoek blijft tussen de rits hangen, maar uiteindelijk sta je buiten in je zijden pyjamaatje, met kippenvel op je benen. Je kijkt verstrooid rond en kiest een wilde bessenstruik waarachter je gehurkt plaatsneemt. Je gaat nu toch zeker niet helemaal naar het toilethok lopen! Kletter, kletter, kletter, wat een opluchting. Je bent klaar. Shit… Geen wc-papier. Kamperen02Lekker simpel
Kampeerfanaten maken zich gelukkig niet zo druk om bovenstaande kampeertaferelen. Je laat thuis juist alles achter. Even geen ruime kamers, luxe keukens en technologische hoogstandjes. Back to nature. Samen op een matje, het knusse getik van een zomers buitje, kaarslicht, verse croissants, voeten in het gras. Weg van je dagelijkse routine en uit je huiselijke omgeving. Al heb ik met kamperen toch wel twee eisen:
1. De natuur voert de boventoon. Geen aangeharkte symmetrische kampeervakken, maar hoog gras, heuvels, bloemen, water en wilde bomen.
2. Ja, ik ben een jonge bejaarde. Ik houd van rustige campings, zonder toeters en bellen. Geen clownparades in de ochtend of tetterende aerobicsinstructrices.

De naakte eenvoud
Sommige mensen kamperen naakt. Met hun blote billen achter de barbecue. Dan zijn ze pas écht in de natuur. Zand in de spleet, verbrande tepels, heerlijk! Het scheelt heel wat kofferruimte, heus waar.

Tv hollee hollee
Piep piep piep piep. Mensen breken hun tenten af, want de achteruitrijdende torenflat past er niet langs. Het is een nog een heel gedoe de camper subtiel in beweging te krijgen. Er hangt namelijk nog een cabriolet aan de trekhaak. Met een afstandsbediening manoeuvreert de eigenaar het gevaarte naar de gewenste plek. Zo! Die staat. Nu de satelliet nog installeren, de televisie aansluiten en de frituurpan verhitten. Airco aan en genieten maar! Het is immers bijna 20:30 uur, dan begint Sterren kamperen op het ijs.

Feest in de tent
En dan heb je natuurlijk ook nog de vele ‘zuipcampings’, waar troepjes jongeren samenscholen voor een wonderlijke hoeveelheid pils. ’s Avonds snellen ze opgetut en wel naar de campingdiscotheek waar het feest tot in de late uurtjes doorgaat. De jongens delen vakantiezoentjes uit en de meisjes blozen. Of andersom.

Hoera, hoera, hoera!
Ach, ik kan hier nog uren over schrijven. Je hebt ook tenten met onzichtbare eigenaren. Er staat al weken een tent op het terrein, maar de kampeerders zijn nergens te bekennen. Er zijn fietsfanaten die ’s ochtends om zes uur klaar staan voor een nieuwe plaatselijke wielerronde. Je hebt kampeerders die altijd klagen over muggen, zand in de tent, oncomfortabele stoeltjes en vochtige binnententen. Kampeerders die hun tijd vullen met het lezen van stapels boeken. Glimlachend, met een kopje koffie in de ene hand en een bestseller in de andere. Of je nu kampeert in een tentje, een caravan of luxe camper. Of je nu houdt van kleren, geen kleren of speciale kampeeroutfits. Of je nu graag spelletjes speelt, het op een drinken zet of juist seniorengedrag vertoont. Kamperen (met mooi weer) is gewoon fantastisch. Ik wens hierbij iedereen die nog gaat ontzettend veel plezier! Kamperen03

De kitten

Wollig en bol? Check. Roze voetkussentjes? Check. Grote driehoekvormige oren? Check. Lullig staartje? Check. Check. Check. Alles zit erop en eraan. We hebben kittens, twee stuks, genaamd Pushkin (poes-jkin) en Château (chat-eau). Het is één groot feest in huis. Of één grote ravage, het is maar net hoe je het bekijkt. Veel Nederlandse gezinnen zullen hetzelfde festijn ervaren. Het is weer kittentijd: de asielen bieden, zoals ieder jaar, weer honderden kittens onderdak.
ChateauPushkin4
Kitten numero 1
Twaalf jaar geleden stond ik voor het eerst oog in oog met een eigen kitten. Zijn naam was Gijs. Hij groeide op met hond Hera en ging zijn eigen gang. Althans dat denk ik, want ondanks dat hij ongelooflijk aandoenlijk was (tot zijn laatste levensdag), heb ik niet zoveel herinneringen aan zijn kittentijd. Behalve dat ik per se wilde dat hij op bed sliep, maar dat hij dan voortdurend mijn voeten aanviel. Op schooldagen zat ik rond zes uur ’s ochtends in kleermakerszit voor de spiegel op de overloop om me op te maken. Dan nestelde Gijs zich spinnend op mijn schoot en vond ik het iedere dag weer zielig dat ik moest opstaan om me naar school te haasten. Verder weet ik nog wel dat hij altijd vanaf de tafel met Hera speelde. Dat zij tien keer zo groot was, maakte niets uit.

Gijs

Gijs

Kittens numero 2 en 3
Ik maak de kittentijd van Pushkin en Château veel bewuster mee. Het zijn twee Achterhoekse zusjes die als twee wervelwinden door ons huis stuiven. Met als motto: alles is leuk! Spelen met pluchen muisjes is leuk, maar met pennen, usb-sticks, haarelastiekjes en tampons spelen is minstens net zo leuk. Graven in de kattenbak is leuk, maar graven in de waterbak en in de plantenpotten is nog veel leuker. Wiebelende voeten, losse veters, haarlokken, oorbellen, wimpers, stoelpoten en glaasjes melk maken het leven nog een stukje mooier. Rennen, springen, hobbelen, rollen; de kittens hebben het er maar druk mee. Zo nu en dan valt het duo plots als een blok in slaap. Met hun neusjes in elkaars vacht, pootjes verstrengeld en staartjes verstopt tussen onherkenbare pluizige ledenmaten.

Pushkin

Pushkin

Château

Château

Zwerfkatten
Ik ben natuurlijk hartstikke blij met onze twee Achterhoekse aanwinstjes, maar ik zou Marlijn niet zijn als ik het zwerfkattenprobleem niet aankaartte. In Nederland leven duizenden (lees: duizenden duizenden) thuisloze katten die zich levenslustig op het nageslacht storten. Met het jaarlijkse kittenoverschot als resultaat. Dierenasielen barsten uit hun voegen en wijkbewoners klagen over oorverdovende nachtelijke miauwpartijen en over het ongegeneerde vuilnisvreten. Toch komen die zwerfkatten niet zomaar op straat terecht. Mensen verhuizen en vertrouwen hun kat te snel de nieuwe buurten toe. Andere mensen raken uitgekeken op Minoes of Tijger en sluiten de deur voor hun voormalige kattenfamilie. Ongecastreerde katers gooien hun charmes in de strijd bij ongestereliseerde poezen. Stray Animal Foundation Platform bracht begin mei een rapport uit waarin de huidige status van het zwerfkattenprobleem wordt beschreven en waarin oplossingen zijn vermeld. Daarin staat onder andere dat mensen vaak te snel een kat aanschaffen. Een kat is goedkoop, maar dat iemand vervolgens tien, twintig jaar vastzit aan zijn nieuwe familielid dringt kennelijk niet altijd door.
ChateauPushkin2Twee leventjes lang
Ik hoop in elk geval dat Pushkin en Château wél een volwaardig leven bij ons gaan leiden en ik hoop dat ze minimaal 20 jaar worden. En dan nu het hypocriete gedeelte van mijn blog: ik heb mijn kittens niet uit het asiel gehaald. Dat had ik eigenlijk wel moeten doen. Nou ja, ook Pushkin en Château zochten naar een thuis en die hebben ze gevonden. Ze maken me dolgelukkig en ik hen hopelijk ook.

ChateauPushkin3ChateauPushkin1

The Bride

TheBride3Ik heb een perfect weekend achter de rug. Zo’n onvergetelijk weekend. In ‘the English countryside’ tussen stokoude eiken en groene heuvels met hagen, blokjes raapzaad en grazende schapen.Cottages en B&B’s stonden als lampionnetjes onder de bomen. Ik kwam inspector Frost tegen en Tom Barnaby. Jane Eyre huilde tranen met tuiten en miss Marple had zich op een houten bankje voor de kerk genesteld met het boek Sense & Sensibility op haar schoot. Maar vriendin Anne was de reden van mijn bezoek. Een stralend bruidje met felblauwe ogen en een prachtige jurk. Ze paste perfect in het plaatje.

TheBride1Literair landschap
Miss Marple dus. Ik vroeg haar even op te schuiven. Ze keek me onderzoekend aan en maakte plaats op het houten bankje. “Wat leest u?” vroeg ik. “Sense & Sensibility darling”, antwoordde ze. Ik zweeg. Ik wist niet goed wat ik moest zeggen. “Ik weet dat ik het niet hoef te lezen in de heuvels van Kingsland, want de regio ademt het verhaal, maar ik wacht op de volgende moord”, verklapte ze. Ik keek om me heen. Inderdaad de perfecte locatie voor een karakteristieke moord. Midsummer murder-scenes in overvloed. Ruige weilanden, inclusief kreupelhout, wilde bloemen en keurig gesnoeide heggen. Een paradijs voor de fazant. En voor bonkige stieren, varkens, kippen, geiten, ezels en andere dieren. De inwoners van de regio kunnen we ook prima onder het kopje ‘dieren’ scharen. Typische Britse koppen, niet per se knap en rank, eerder mollig en jolig of stijf en keurig. Wonend in holletjes, hutten en huisjes. Wollig, knus en volgepropt met Britse prullaria. Van gebloemde porseleinen vazen en konijnenbeeldjes tot parelmoerkleurige schilderijlijsten en een bonte collectie theepotten. In de pub waren sommige Britten zo dronken, dat praten niet meer lukte. Ik stel me voor dat neanderthalers soortgelijke klanken uitstootten als deze stamgasten, die ladderzat in hun auto stapten en de heuvel afslingerden. Al deden wij ons ook te goed aan pints of lager en glazen appelcider. “Beware! The Dutch are coming.”
TheBride4Het bruidje
Ons stralende bruidje deed de norse Britse (thee)koppen vervagen. Ze paste perfect in deze prachtige, sfeervolle omgeving. Tussen de reusachtige gekleurde tulpen en aan de zijde van haar kersverse echtgenoot. Ik weet zeker dat als Agatha Christie of Colin Dexters een blik op haar geworpen zouden hebben, ze gelijk schrijfkriebels kregen. Al moeten we dan wel even met hen afspreken dat het bruidje en de bruidegom ongeschonden blijven. Want ze leven nog lang en gelukkig.
TheBride5

De Knuffel

Ik glimlach van oor tot oor. Zo denk ik ietwat gegeneerd dat Woef een vreemde plek in mijn leven inneemt en zo blijken nog minimaal dertig volwassen uit mijn directe omgeving nog altijd een knuffel te bezitten.Niet ergens onderin een kast, maar in de slaapkamer, gepositioneerd op een ereplaats. Ik leerde deze week knuffels kennen van 20 of 30 jaar, maar ook van 60 jaar! Ik las vorige week een artikel op nos.nl over het onlangs verschenen boek Verborgen vrienden van Nienke Koedijk. Zij heeft meer dan zeventig volwassenen geïnterviewd over hun knuffel en schitterende foto’s gemaakt. Potverdorie, dat boek moet ik hebben. Nog een maandje en dan ben ik jarig… Goed. Hoe zit dat in mijn kennissenkring? Wat voor knuffels schuilen er in de slaapkamers? Met Woef onder de arm ging ik op onderzoek uit. Wat is de band tussen Woef en mij? En hoeveel lotgenoten hebben wij om ons heen?

Woef
Wie is Woef? Woef is het enige roze object op aarde dat ik koester. Als er een brand uitbreekt zal ik denken aan mijn familieleden, huisdieren, laptop én Woef! Woef is 29 jaar oud en –hoe kan het ook anders- een hond. Hij kijkt altijd verbaasd, een beetje angstig bijna en hij waakt nog iedere nacht boven m’n hoofdkussen. Als kind vond ik het irritant dat beide achterpootjes naar links wijzen. Toch wist ik dat Woef daar niets aan kan doen. In mijn (en zijn) leven is zijn tong een stuk of vijf keer opnieuw aangenaaid. Nu ik erover nadenk, heb ik geen idee waardoor die tong er steeds afging. Ik heb geen pluis- of sabbelherinneringen. Mijn broer heeft Woefs ruggetje ook weleens dichtgenaaid. Mijn tante ging nog een stap verder, die zorgde er eens in de zoveel tijd voor dat Woef van al zijn ongemakken genezen werd. Ze heeft hem één keer zelfs gewassen en voorzien van gebreide kleertjes. Ik weet nog steeds niet of ik dat nu echt heel prettig vond. Hij rook anders en was ineens felroze. Wel heb ik die specifieke aandacht voor Woef altijd gewaardeerd. Bij dezen bedankt! KnuffelWoef03Woef ging overal mee naartoe. Mijn vader heeft 27 jaar geleden een keer 4 uur heen en weer moeten rijden naar Entrevaux in de Franse Alpen, omdat ik Woef was vergeten en ik natuurlijk niet zonder hem kon (mijn vader is een held). Overigens heeft mijn broer geloof ik destijds ook een bijdrage geleverd aan deze reddingsactie. Hij vond het zo zielig dat Woef niet thuisgekomen was. KnuffelWoef022Woef is er al mijn hele leven. Hij heeft me getroost, in slaap gesust en vertrouwen ingeboezemd. Er zit heel wat kwijl en traanvocht in zijn vachtje denk ik. Vroeger dacht ik dat hij leefde als ik sliep, maar ik zou gek genoeg nog steeds niet met een hamer op z’n hoofdje willen tikken. Ik knuffel niet meer met hem, maar hij mag niet in mijn slaapkamer ontbreken. Als ik naar hem kijk, voel ik me kinderlijk vertederd. Een beeld en gevoel dat ik zelf geschapen heb. Maar waardoor? Het feit dat mijn hersenen zijn aangenaaide knikkers als ogen vertalen en zijn knoop als neus? Zo simpel kan het niet zijn. Ik denk toch dat het iets te maken heeft met dat vertrouwde. Iets wat er voor mij altijd al is. Misschien heeft het vaag iets met eenzaamheid te maken? Ik ben wel benieuwd naar de oorsprong van het ‘knuffel-gevoel’. Is dat iets positiefs of iets negatiefs? Knuffel.Woef04Lolliebeer, Pippeloen, Terror Tina, Pipi…
“Wie van jullie heeft nog altijd dezelfde knuffel als vroeger in of dichtbij het bed?” vraag ik op Facebook. Nog geen uur later heb ik ruim twintig reacties binnen. Veel van mijn lotgenoten reageren met een privébericht. Volwassenen met een knuffel: dat is toch een beetje gek? Ik ben werkelijk verrast door alle vrolijke reacties. “Ja Teddy. En hij bromt nog steeds”, “Ik heb er zelfs twee” en “ik heb inmiddels een nieuwe.” Kennelijk is het helemaal zo vreemd niet om als volwassenen waarde te hechten aan knuffelberen en –beesten. Wel blijkt dat er maar twee mannen tussen de knuffelbezitters zitten. Ik vraag me af of andere mannen het niet durven toe te geven of dat het koesteren van een knuffel toch iets vrouwelijks is. Het blijft knagen. Wat doen wij als volwassenen toch met knuffels?

Nou ja… Genoeg hierover. Het is tijd voor wat kijkplezier. Laten we dit verhaaltje armpjes en beentjes geven. Ik stel jullie graag voor aan de beestenbende (dus allemaal knuffels van volwassenen) die ik deze week beter leerde kennen:

Hertje - 25 jaar.

Hertje – 25 jaar.

Giraffe - 27 jaar.

Giraffe – 27 jaar.

Gieta - 60 jaar.

Gieta – 60 jaar.

Geeltje - 56 jaar.

Geeltje – 56 jaar.

Flipper - 25 jaar.

Flipper – 25 jaar.

Dinkie - 1 jaar.

Dinkie – 1 jaar.

Boer Konijn & Terror Tine - willen hun leeftijd niet noemen.

Boer Konijn & Terror Tina – willen hun leeftijd niet noemen.

Bopje - 19 jaar.

Bopje – 19 jaar.

Beer - 52 jaar.

Beer – 52 jaar.

Beer - 5 jaar.

Beer – 5 jaar.

Vegobeer - 22 jaar.

Vegobeer – 22 jaar.

Popje - 34 jaar.

Popje – 34 jaar.

Pippeloen - 45 jaar.

Pippeloen – 45 jaar.

Pipi - 25 jaar.

Pipi – 25 jaar.

Piepje Muis - 29 jaar.

Piepje Muis – 29 jaar.

Lolliebeer - 19 jaar.

Lolliebeer – 19 jaar.

Grote IJsbeer - 5 jaar & Kleine IJsbeer - 6 jaar.

Grote IJsbeer – 5 jaar & Kleine IJsbeer – 6 jaar.

Iglo - 4 jaar.

Iglo – 4 jaar.

Iejoor - 14 jaar.

Iejoor – 14 jaar.

Koena - 18 jaar.

Koena – 18 jaar.

Langaap - 2,5 maand.

Langaap – 2,5 maand.

Joey - 15 jaar.

Joey – 15 jaar.

Wil jij jouw knuffel ook vereeuwigen op mijn weblog? Stuur me even een berichtje. Dan krijgt ook hij of zij een ereplaatsjes.

De Vliegtuigkop

Ik word omringd door verlepte vliegtuigkoppen. Bij iedere opengaande schuifdeur stroomt een nieuwe lading de aankomsthal binnen. Witte gezichtjes, rode ogen, scheve brillen en warrige kapsels. Sommigen van hen poogden zichzelf nog wat op te dirken met verse eyelinerstrepen of rieten hoedjes. Toch straalt het er vanaf. Het was een lange reis in een niet oncomfortabele vliegtuigstoel. De buurjongen snurkte, het vliegtuig schudde of de airco stond op -10.

Wachten, wachten, wachten
Ik leun tegen het metalen hek dat de aankomsthal van de wachtruimte scheidt. Waarom hebben ze hier eigenlijk geen bankjes geplaatst? Naast me maakt een groepje blonde vriendinnen aanstalten om hun lotgenoot om de hals te vliegen. Ze hebben twee grote spandoeken versierd met glitterletters en zichzelf bewapend met kleurrijke ballonnen. ‘Welkom thuis diva!’ ‘Hoera! Diva!’ Ik ken een hond die Diva heet, maar dat doet er niet toe. Ze tekenen hartjes op elkaars gezichten en giechelen aan één stuk door. Naast me aan de andere kant heeft een oudere dame zich op haar rollator genesteld. Ze kijkt me breedglimlachend aan. “Het duurt lang, maar dan heb je ook wat hè”, zegt ze. Zoonlief woont nu al twee jaar in Zuid-Afrika en komt eindelijk met de kids een bezoekje brengen. Achter me staan mensen in kleine groepjes of alleen. Allemaal met afwachtende blikken, opgewonden of nerveus. Ze babbelen, gapen en staren naar die ene deur, die om de zoveel minuten weer een troepje reizigers loslaat.
Suitcases2Welkom terug
Geliefden sluiten elkaar in de armen. Familieleden huilen tranen met tuiten. Kleine kinderen scharrelen dromerig achter hun ouders aan. Ze worden warm ontvangen, maar moeten nog even omschakelen. De spannende vlucht en het logistieke gebeuren bij de kofferband staat in hun gezichtjes gegrift. Plots staan ze hier in deze jolige menigte en omringd door bekende gezichten.
De reizigers komen thuis en scannen verlangend de wachtende meute af. Komt iemand hen ophalen? Ik begrijp wel dat er ooit een televisieprogramma over gemaakt is. Zowel de wachtende mensen om me heen als de arriverende vliegtuigkoppen roepen vragen bij me op. Waar komen ze vandaan? Waren ze op vakantie of op zakenreis? Woonden ze een bruiloft bij of juist een begrafenis? Komen ze in Nederland op vakantie of zijn ze op doorreis? Op wie wachten ze? Wat is hun verhaal? Ik sta in een wolk van emoties en ik geniet ervan.
SuitcasesVerlept, verliefd en verveeld
Het is een mooi contrast. Ondanks de wallen onder hun ogen, de witte neuzen en de gekreukelde colbertjes lijkt 80% van de reizigers tevreden. Ze laten zich maar al te graag naar buiten duwen door de douane en de kille vliegvelddeuren. Fijn om weer thuis te zijn, hier start een nieuw avontuur of eindelijk is die reis voorbij. De overige 20% reist duidelijk vaker of maakt deel uit van het vliegtuigpersoneel. Ze bombarderen de vloeren met brullende rolkoffers, marcheren de hal uit en kijken stoïcijns van hun horloges naar de treintijden. Ze reizen misschien vaak, maar ook bij hen ontdek ik piekerige snorharen, borstelige knotjes en losse veters. Niemand ontkomt aan de verlepte vliegtuigkop.
Suitcases3

 

Het rolmodel

Vraag van de dag: “Wie zou jij willen zijn?” Vanaf 1 januari beantwoord ik iedere dag een vraag uit het boekje ‘Een vraag per dag’. Vragen als ‘Wat heb je vandaag geleerd?’, ‘Wat zijn jouw doelen voor het komende jaar?’ of ‘Welk boek lees je momenteel?’ passeren de revue. Na vijf jaar ontdek je of je wel of niet veranderde. Ik vind het leuk om dagelijks zomaar een vraag te beantwoorden. Een vraag die uit de lucht komt vallen, waar je normaal misschien niet bij stil had gestaan. Nu zit ik met een dilemma. Ik kan het antwoord niet bedenken op de vraag van de dag. Het is een leuke vraag, maar wie moet ik in godsnaam noemen?
Boekje.Rolmodel
De vraag
Wie zou ik willen zijn? Ik bewonder veel mensen, maar dat betekent niet gelijk dat ik mijn Marlijnheid daarvoor zou opgeven. Je kunt de vraag op meerdere manieren interpreteren. Wil je iemand zijn die je niet kent, of iemand uit je directe omgeving? Als je iemand anders mag zijn, zit je dan ook vast aan zijn of haar verleden en levensverhaal? Moet het per se iemand zijn die bestaat? Of mag je zelf iemand verzinnen? Wil je iemand zijn qua uiterlijk of omdat je een moord zou plegen voor zijn of haar talent? In deze blog beantwoord ik deze vraag in delen. In de hoop dat jullie ook nadenken over het antwoord. Ik ben benieuwd naar jullie ideeën.

De schrijver
Na het lezen van de vraag dacht ik direct aan een schrijver die rondkomt van het schrijven. Iemand die zich de hele week kan storten op het schrijven van verhalen en boeken. Volledig zonder geldzorgen. Nieuwe werelden creëren vanachter je bureau en je laten inspireren door mensen, planten, dieren, passies en locaties. Maar wie komt er nu nog rond van het schrijven van boeken? Met Saskia Noort of E.L. James zou ik voor geen goud willen ruilen. Ik zou een schrijver willen zijn met een vindingrijk brein, met ongelooflijk creatieve ideeën en een onophoudelijke stroom van fantasie. Een Toon Tellegen of een Roald Dahl bijvoorbeeld. Roald Dahl schreef boeken in zijn tuinhuis, dat klinkt verrukkelijk nietwaar? Hij was ook nog eens intelligent en hij zette bijzondere en onvergetelijke verhalen op papier. Hij hield van honden en hij koesterde zijn familie en vrienden. Ik weet verder niet of hij melancholisch van aard was of complex. Zo ja, laat dan maar. En ik ben niet jaloers op zijn haargrens.

Toon Tellegen

     Toon Tellegen

Roald Dahl

                          Roald Dahl

De schoonheid
Bloedmooi zijn, dat lijkt me geen straf. Ik wil er best uitzien zoals Scarlett Johansson, Audrey Tautou, Deborah Ann Woll, Doutzen Kroes of Emilia Clarke. Stuk voor stuk schoonheden. Geen idee of het naast praaltjes ook lieve, ondernemende mensen zijn… En ach, of ik ze nou echt zou willen zijn…

Scarlett Johansson

                       Scarlett Johansson

Audrey Tautou

                        Audrey Tautou

deborah-ann-woll-20100706114918519_640w

         Deborah Ann Woll

Doutzen Kroes

                             Doutzen Kroes

Emilia-Clarke-1

                              Emilia Clarke

De zanger
Mijn moeder zei dat ze iemand zou willen zijn die goed kan zingen. Ik kan me daar ook wel in vinden. Wat moet dat heerlijk zijn. Uit volle borst in zingen uitbarsten en nog fantastisch klinken ook. Doe mij maar een toontje Wende Snijders, een klankje Andread Hedlund of een stembandje Anouk. Het zijn niet eens mijn favoriete zangers, maar zingen kunnen ze wel. Over stemmen gesproken, ik wil wel klinken zoals David Attenborough. Dan kan ik mezelf de hele dag voorlezen. Dan klink ik zó mooi, zó zuiver en zó gemoedelijk! Volgens mij is het ook wel een aardige vent.

m1fzkvuava22

                         Wende Snijders

Vintersorg

                Andread Hedlund

vvbfoto_anouk_1303

                                    Anouk

DavidAttenborough

                     David Attenborough

De kunstenaar
Het lijkt me ook fijn om een succesvolle kunstenaar te zijn. Ook dan draait alles om ideeën, het scheppen en voeden van hersenspinsels en het ronddwalen in je eigen fantasieën. Met je handen bezig zijn en daar goed in zijn. Kwast in de verf, handen in de klei, als een zotte verzamelen. Hoofd op hol (maar niet te vaak). Dat lijkt me ook wel wat. De eerste kunstenaars die me te binnen schieten zijn Friedensreich Hundertwasser en Marlene Dumas. Al zou ik qua persoonlijkheid niet willen ruilen.

Friedenreich Hundertwasser

Friedensreich Hundertwasser

Marlene Dumas

                           Marlene Dumas

De dromer
Ach, eigenlijk wil ik gewoon een ouderwetse strandjutter zijn met een knapzak. Met rode wangen, de wind door mijn haren en dagelijks het strand afspeuren, op zoek naar onbenulligheden. Ik woon dan samen met vriendlief in een houten hut in een weelderige tuin waar overal dieren scharrelen. Daar kan ik dan mijn gevonden rotzooi ophangen; schelpjes, wonderlijke stukken hout, gekleurde netten en onverklaarbare objecten. En dan kan ik dieren knuffelen, schrijven, haken, schilderen, wijn drinken en stinkkaas eten met mijn lievelingsmensen. Tussen de opkomende wortelen en omringd door honderden klaprozen… Zwijmel…

Samenvattend
Als ik kijk naar de mensen die ik hierboven noem, wil ik iemand zijn die kan rondkomen van het schrijven en het héél (lees: héél héél héél) goed kan. Ik wil wel iemand zijn die prachtig kan zingen of kunst maakt. En dan ben ik wondermooi, vreselijk intelligent en natuurlijk sympathiek. Ik kan dan ook wereldproblemen oplossen en arme mensen helpen. Een perfect schepsel dus. Zo iemand bestaat denk ik niet. Dat is misschien maar goed ook. Achteraf vind ik het wel een opluchting dat ik niet direct iemand kan verzinnen. Ik ben best blij een Marlijn te zijn. Tsja, ik heb mijn zwakke punten en daar kan ik vreselijk van balen. Ik zou ook graag mijn sterke kanten flink verbeteren. Maar ik heb geluk met al die lieve, mooie mensen om me heen. Ik doe wat ik graag doe, ik heb mijn droomvent al binnen en woon in mijn eigen paleis. Ik heb alleen nog geen hond en op dit moment ook geen kat. Ik zou ook wel een biggetje willen, een capibara of een baby-eland… Ik mag niet klagen, ik heb het best goed voor elkaar. Een prachtige conclusie toch?

En jullie?
Ik wil nog wel graag van jullie weten wie jullie zouden willen zijn!

 

De Gijs

Gijsje07We moeten zonder onze rondbuikige rode vriend verder. Gijs, ook wel bekend als Gijsbert, Knudel, Ghijsbrecht, Gijzel, Gijzeloris, Gies (met de g van garage in het Frans), Rooie, Heer Gijs, Gidjels (met die zelfde g van garage) of Sven (ik versprak me regelmatig). Onze rode boeren kater die maar 11 jaar werd door een tumor in z’n neusje. Een klotetumor welteverstaan. Bij dezen een ode aan koning Gijs.
Gijsje01Dag dier
Afgelopen donderdag lieten we hem inslapen. Hij at al dagen niet meer, sliep alleen nog maar in de kast, weggemoffeld in mijn slaapzak. Natuurlijk was hij plots klaarwakker toen ik hem in een kooitje moest proppen op weg naar de dood. Vreselijk was dat. Wat doen we onszelf aan. We hechten ons aan onze dieren en nemen er dan weer noodgedwongen afscheid van (wat we van tevoren dondersgoed weten). Oké, het zijn geen mensen, maar je gaat er wel zielsveel van houden.
Gijsje04Aaibaarheidsfactor
Aan Gijs was alles schattig. Z’n witte voetjes, de kras op z’n neus, z’n doortastende groene ogen, z’n nurkse blik en natuurlijk zijn wollige rode vacht. De manier waarop hij at; eerst iets uit z’n bakje halen en ergens anders leggen, dan opeten. De manier waarop hij sprong; als een walvis op een trampoline. De manier waarop hij zichzelf waste; nooit achter z’n oren en aan z’n achterwerk waagde hij zich ook niet (dat was soms jammer). Gijs hield van kip, niet van vis en ook niet van eend, lam of rund. Hij eiste alleen maar kip. Gijs hield ook van zachte kussens, maar niet té zacht. Wegzakken was not done. Rieten onderzetters of stoelzittingen werden ook goedgekeurd. Blote huid vond hij maar niks. Die gladde gepolijste mensenhuidjes, bah! Had je alleen één sok aan, dan nestelde hij zich prompt op die ene voet. Hij haatte zijn reismand. Hij stak protesterend zijn neus door de tralies en jammerde onophoudelijk. Als je hem weer bevrijdde, keek hij nonchalant achterom naar dat martelhok en likte hij 1 meter verder zijn oksels schoon. Met zo’n blik van ‘puh’!
Gijsje06Leefgebied van de Gijs
De eerste tien jaar woonde hij in Eerbeek in mijn ouderlijk huis, samen met Hera, onze Rhodesian Ridgeback (‘jeweetwel’… mijn grote liefde). Dikke vrienden waren het. Was Gijs weggeweest? Dan besnuffelde Hera hem van top tot teen, uitbundig kwispelend. Was Hera weggeweest? Dan gaf hij haar duizend kopjes en schurkte hij zich tevreden tegen haar ranke poten. Als we even niet keken, likten ze samen de vaat in de afwasmachine af, speelden ze op tafel en terroriseerden ze de vogels in de tuin. Na Hera’s dood, kwam Gijs bij ons wonen in Utrecht. Leuk voor de thuiswerker, kattenliefhebber en voor de kat zelf. Hij speelde met klosjes garen, usb-sticks en plastic appeltjes, knuffelde zoveel hij maar wilde en snoepte naar hartenlust. We babbelden samen op het balkon in het zonnetje, hij sliep in onze knieholtes en doezelde in het doosje op mijn bureau. Hij was echt één van ons. Jammergenoeg duurde dat nog geen jaar.
Gijs08Wennen
Nog steeds houd ik de kamerdeur voor hem open (anders kan hij niet naar z’n voerbakjes of kattenbak) of sluit ik de gangdeur (anders gaat hij naar de galerij). Als ik m’n laptop op ‘zijn’ stoel leg, voel ik me schuldig en bij het boodschappen doen vraag ik me af of er nog genoeg voer (uiteraard met kipsmaak) voor Gijs in huis is. Het zijn gedachten die een splitseconden duren, gevolgd door een ‘o nee’ en een weemoedig en ietwat theatrale Marlijnzucht.
Gijsje02De eeuwige jachtvelden
Nu zijn Gijs en Hera weer herenigd en jagen ze op de eeuwige jachtvelden. Ze doen hun achternaam eer aan (De Jager). Voorlopig zal ik hem nog wel missen. Maar het is wel beter zo. Geen pijn meer voor onze Gijzeloris. En de 11 jaar die hij leefde, waren de mooiste jaren die een kat zich kan wensen.
Gijsje05

De Schoenzetter

Jawel, de maan schijnt. Door de bomen, dat ook. Bij gebrek aan openhaard staan de schoenen naast elkaar bij de glazen schuifdeur naar de tuin. Drie kinderschoenen van klein naar groot en twee papa- en mamaschoenen. Er steken wortels uit, een stuk appel en een stel suikerklontjes. Dat stel ik me voor althans. Ik staar naar de foto van mijn nichtje en neefjes die hun schoen mochten zetten. IMG_2622 (1280x854)Amerigo lust er wel pap van
Dat was vast een heel spannend moment. Dat ze met hun slofjes de trap opliepen met het idee dat die schoenen daar bij de deur stonden. Dat vannacht Piet door de schuifdeur naar binnen zou glippen om alle verwennerijen voor Amerigo om te wisselen voor snoepgoed. Zouden ze wel wat krijgen? Waren ze lief geweest? Of erger nog, zou de ander meer krijgen dan jij? En dan de volgende ochtend. Hun buikjes kriebelen. Ze springen net wat enthousiaster dan normaal hun bed uit, stormen de trap af en kijken om het hoekje. Ze weten eigenlijk precies wat ze gaan aantreffen, maar toch is het zo’n verrassing! Hun hartjes maken een sprongetje. Hij is langs geweest! En reken maar dat ze braaf geweest zijn. Schoenzetten01De oude met het jonge hart
Ik ben nog altijd Sinterklaasfan. Misschien komt dat door die hele mysterieuze en warme sfeer die eromheen hangt (afgezien van het gerommel rondom Piet). Een oppepper in koude herfstdagen. Even wat extra aandacht aan elkaar geven. Of misschien ben ik wel zo’n fan van onze ouwe knar, omdat ik bejaardenhobby’s heb. Wandelen, schrijven, luisterboeken luisteren, kruiswoordpuzzels maken, haken en breien om maar wat te noemen. Al zijn de hobby’s van Sinterklaas niet erg traditioneel, ondanks dat hij zelf een traditie is. Op een paard voel ik mij niet vertrouwd en ik ken geen zestienmiljoen mensen. Ach, misschien ben ik eerder een groot kind. Ja, mijn schoen zetten was elke keer weer een feestje, ik zal dat bijbehorende gevoel nooit vergeten. Nu ben ik veranderd, ik zet namelijk andermans schoenen. Ik heb de afgelopen week vier schoenen gezet (erg weinig voor mijn doen). In Utrecht en in Berlijn. Ik moet er nog veel meer gaan zetten. Het idee dat iemand ’s morgens met een glimlach zijn dag begint, omdat zijn schoen staat te stralen in het ochtendlicht, maakt mij gelukkig. Volgepropt met chocola en speculaas. En een stom gedichtje misschien. Overigens zijn sommige ontvangers allang niet meer verrast… Ach ja, ik voel me een bejaarde met een kinderhart en ik ben er best trots op. Schoenzetten02

De Auto

Dit weekend nam ik afscheid van mijn eerste auto. Mijn ouwe trouwe. Mijn grijze knorrende kerel. In wezen is het een apparaat op wielen en toch voelt het alsof ik iemand heb uitgezwaaid. Ik kan nog niet wennen aan dat lege parkeerplekje voor onze deur. Wat maakt zo’n auto nou zo menselijk?

Familielid
Zijn naam was Dokter NG (‘En Gee’), hij was een Volkswagen golf uit 1992. Hij keek best wel stoer met half dichte ogen, maar zijn karakter was zachtaardig. Hij heeft ons ruim een jaar trouwe dienst bewezen. Zolang heb ik er zelf niet eens in gereden. Ik heb mijn rijbewijs nog maar sinds mijn verjaardag (10 mei). Toch ben ik die zes maanden daarna heel Nederland doorgecrosst. Bijna wekelijks. Van hot naar her en her naar hot. Hij tilde ook mijn zware boodschappen en ik kon samen met hem allemaal gekke meubels en honden van het ene huis naar het andere huis brengen. Een geweldig wagentje. Hij hield niet van vroeg opstaan, maar na een stel bemoedigende woorden reed hij als een tierelier. Dat hij geen binnenvoering meer had, de radio niet werkte, de blazer stuk was en de koppeling soms bleef haken maakte niet uit. We namen hem zoals hij was. Als de auto besloeg door de regen, deden we gewoon het raam open. We konden wel leven met een natte linkerarm.
DokterNGDag Dokter
Vorige week werd hij APK-gekeurd. Een tragisch lot. Zijn karkas kwam door zijn rubberen pootjes heen, zijn longen werkten niet meer zo best en zijn remmotoriek was niet meer optimaal. Hij leed aan reuma en astma! Arme drommel. Naar het ziekenhuis brengen had geen zin meer, wij konden zijn rekening niet betalen. Hoewel we dat graag hadden gewild. Met een brok in mijn keel verkochten we hem aan iemand die hem zelf wilde oplappen. Een fijner alternatief dan aan al die aasgieren die hem compleet gevoelloos uit elkaar wilden trekken.

Renault Nevada
Ik weet nog wel dat ik vreselijk moest huilen toen papa zijn witte Nevada in moest leveren. Ik miste hem zo! Onze lieve Nevada, waar we met z’n zessen inpasten en waar we zoveel avonturen mee beleefden. Papa gaf me zijn sleutelhanger als aandenken. Dat was toen heel belangrijk voor mij. Ik heb die sleutelhanger nog wel ergens. Ik moet zeggen dat ik inmiddels, ruim twintig jaar later, minder emotioneel over de Nevada ben… maar Dokter NG!

Renie de begripvolle
Niet iedereen begrijpt mijn band met (eigen) auto’s. Mijn vriendin Renie wel. Ze begrijpt me volkomen (zie de Whatsapp-plaatjes). Ze heeft sinds kort een auto genaamd Minty die iedere nacht trouw onder haar raam slaapt. Ze heeft laatst zelfs ‘Autoshampoo’ met conditioner voor hem gekocht. Zo staat het ook op de fles. Voor zijn vachtje. Vriendin Marlous heeft een auto genaamd Bert. Hij is roze en homoseksueel en heeft ons al verschillende keren naar festivals gebracht in Duitsland of in Twente. Altijd als ik hem zie begroet ik hem. Dat doet onze hele vriendengroep volgens mij. We hebben zelfs een groepsfoto met Bert (met Minty ook trouwens). Hij hoort er helemaal bij.
Schermafbeelding 2014-11-10 om 18.36.47 Schermafbeelding 2014-11-10 om 18.36.34Hollywood
Ook de filmbranche vermenselijkt auto’s. Denk aan Knight Rider, Brum, Cars en Herbie. Hyperintelligente, eigenwijze auto’s of domme, verdrietige, klunzige auto’s. Auto’s lenen zich uitstekend voor karakteristieke typetjes. Van kind af aan leren we van auto’s te houden. Zou daar die liefde vandaan komen?
BrumKlein beetje thuis
Over het algemeen vind ik auto’s overigens volkomen oninteressant. Toch houd ik van de auto’s waarin ik regelmatig zit. Ze beschermen me en ik voel me er thuis in. We zijn allemaal weleens tegen de deur in slaap gevallen of we versierden de beslagen zijruiten met zonnetjes en ‘wie dit leest is gek’. Auto’s brengen me overal naartoe, of het nu stormt, stortregent of loeiheet is. Of we nu in Egypte rijden, Ghana of Nederland. Ze nemen mijn spullen mee, zodat ik ze zelf niet hoef te sjouwen en ze fungeren als minicafé. Lekker bijpraten met de meerijders en slokje voor slokje je koffie opdrinken, zonder te morsen…

Toekomst
Arme Dokter NG. Hij zal ons ook wel missen. Ik hoop dat zijn nieuwe baasje lief voor hem is. Vast wel, anders zou hij hem niet oplappen. Misschien is het wel beter zo.