De Mier

Mieren hebben iets. Echt knap vind ik ze niet. We hebben ze allemaal weleens paniekerig uit de keuken proberen te verdrijven met stuivers en knoflook of andere remedies uit grootmoeders boekje. Mieren trekken ook nog eens bladluizen aan, die onuitgenodigd alle planten koloniseren. Sommige mieren steken zelfs, al zou ik ook mijn tanden erin zetten, als een rondbillig monster mij zou dreigen te pletten. Dat krioelerige vind ik ook maar niks. Zenuwachtig gedoe.

De kruimel
Toch heb ik vandaag een mier geholpen met een broodkruimel. Hij liep al een tijdje te hannesen, overmoedig beestje. Tijdens één van zijn schaarse adempauzes, brak ik het kruimeltje door midden. Dankbaar pakte hij het aan en tilde hij het van mijn balkon af. Wat doet een mier trouwens op zes hoog?

The_Ant_and_the_Grasshopper
Frederik en Toon
Ik las over mieren in mijn lievelingsboek De kleine Johannes van Frederik van Eeden. Johannes bezoekt de mieren samen met de elvenzoon Windekind. Johannes leert dat mieren, naast oorlogszuchtig, ook harde werkers zijn. Frederik van Eeden weet het zo te vertellen dat je toch meeleeft met de mieren. Toon Tellegen heeft die gave ook. Zijn verhalen in Misschien wisten zij alles zijn schitterend. De eekhoorn, de mier en andere dieren beleven vele zoetsappige en vreemde avonturen. Ook hier werd ik verliefd op een mier. Altijd als ik mieren zie rennen, denk ik aan die passages uit De Kleine Johannes en Misschien wisten zij alles. En aan mijn opa die ooit een mier proefde…

P10407121-300x225
De ridder
Wist je trouwens dat een mier vijftig keer zijn eigen gewicht kan tillen? Als wij dat konden, zouden we zo’n zes à zeven paarden kunnen tillen. Een mier kan niet doodvallen. Al gooi je hem van een flatgebouw af, dan loopt hij beneden weer verder. Een soort superheld. Zo’n kolonie bestaat dus algauw uit honderden superhelden. En maar werken voor die koningin. Als trouwe, kuise ridders. Al zijn die mieren die ik nu voor me zie, voornamelijk vrouwtjes. Ridderinnen dus.

ant-and-dove
En dus…
Ik houd ervan de boel te romantiseren. Ik draag fictieve mieren een warm hart toe. Verder heb ik geen last van mieren, zolang ze me niet steken, mijn huid niet kriebelen, mijn keuken niet overnemen en mijn planten niet overdragen aan de bladluizen. Ja ach, verder mogen mieren er best zijn.

 

 

 

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s